
Andreas 'Andries' Schelfhout
Den Haag 1787-1870
Schaatspret op een bevroren rivier bij avond, olie op doek 65,3 x 93,1 cm., gesigneerd l.o. en te dateren ca. 1850-1860

Petrus van Schendel
Terheijden 1806-1870 Brussel
Avondmarkt, olie op paneel 75,3 x 62,5 cm., gesigneerd l.o.
en te dateren ca. 1846-1850
Romantiek neemt afscheid van de ratio en keert weerom.
De bloeitijd van de romantiek ligt in de eerste helft van de 19e eeuw. De romantische levenshouding – waarbij het gevoel, het verlangen en de fantasie een grote rol spelen – was een reactie op het rationalistische denken van de 18e-eeuwse verlichting. De romantische hang naar het verleden en verheerlijking van de natuur manifesteerde zich als politiek, maatschappelijk en cultureel fenomeen. Ook de schilderkunst uit deze periode is hierdoor verregaand beïnvloed. De Hollandse romantische schilderkunst wordt gekenmerkt door, zoals eens omschreven is, ‘het kleine geluk en het kleine leed’ en de schoonheid van het alledaagse. Dus geen dramatische scènes en geëxalteerde emoties zoals vaak in de internationale romantiek te zien is, maar aandacht voor het liefelijke, het intieme en het kleine.
Romantiek houdt verhevigd stil.
Een nieuwe natuurbeschouwing is een van de wezenlijke kenmerken van de romantiek. De landschapschilder werd getroffen door de grootsheid van de natuur: door haar serene schoonheid, maar ook door haar grilligheid en soms verwoestende kracht. In de landschapschilderkunst stond de nietigheid van de mens ten opzichte van de overweldigende natuur centraal. Het romantische landschapschilderij is geen exacte weergave van de natuur zoals die zich aan de schilder voordeed. Het lijkt bedrieglijk natuurgetrouw geschilderd, maar is in feite een samengesteld geheel van de fraaiste delen der werkelijkheid. Schoonheid en welvoeglijkheid werden belangrijk gevonden, een schilderij moest aangenaam zijn om naar te kijken en de werkelijkheid in schoonheid overtreffen. Schilders in andere genres werkten ook volgens dit ideaal.
Romantiek combineert volop.
Aanvankelijk was de schilderkunst van de Hollandse gouden eeuw een belangrijk richtpunt. Dit was enerzijds het gevolg van de waardering in binnen- en buitenland voor Hollandse 17e-eeuwse meesters. Daarnaast was er in ons land sprake van een groeiend nationalisme, gevoed door de Franse napoleontische overheersing (1795-1813) en nog versterkt door de afscheiding van België in 1830. Op zoek naar een eigen identiteit keek men met trots terug op de gouden eeuw, een periode van grote welvaart, macht en voorspoed. De romantische schilders lieten zich inspireren door de onderwerpen die in de 17e eeuw ook geliefd waren, zoals het interieur, landschap, stadsgezicht, zeegezicht en genrestuk. Dit bracht ons beroemde verleden in herinnering: de welvarende handel (stadsgezichten), beroemde landbouw (veestukken) en rijkdom en huiselijke geluk (interieurs). Maar ook werd het platteland verheerlijkt in verstilde landschappen en gemoedelijke dorpen: het Hollandse Arcadië. Zo werd vaak een geïdealiseerd, typisch (oud)-Hollands sfeerbeeld gecreëerd.
