Jan Altink
Jan Altink
Groningen 1885-1971
Zaaier, tegenlicht, wasverf op doek 55 x 63,6 cm., gesigneerd l.o. en gedateerd '25

Johan Dijkstra
Johannes 'Johan' Dijkstra

Groningen 1896-1978
Zonnige boomgaard; verso: Bomen langs een weiland, wasverf
op doek 68,5 x 100,5 cm., gesigneerd r.o. en te dateren ca. 1925

Nicolaas Werkman
Hendrik Nicolaas Werkman

Leens 1882-1945 Bakkeveen
Kalender 1944, sjabloon en stempel op papier 32 x 24,5 cm., gedrukt in 1943

'Wat is kunst? Kunst is alles geven, alles durven, alles zeggen, alles doen ...Kunst moet gestolde emotie zijn, schilderen is zichtbaar dromen. Iets dat vlammend is, ongeremd, wreed, angstwekkend, vrijmakend.' (Johan Dijkstra)

Op de barricaden

De kunstenaars van de Groninger Ploeg zijn belangrijke vertegenwoordigers van het expressionisme in Nederland. Deze jonge schilders rebelleerden tegen het gezapige culturele klimaat in de provinciehoofdstad, dat fnuikend bleek voor iedere artistieke ontplooiing, en verenigden zich in 1918 in een kunstkring, die zich ten doel stelde het Groninger kunstleven te bevorderen. Dat deed men door het houden van tentoonstellingen en lezingen, en door de uitgave van het tijdschrift ‘Het Kouter’, waarin een expressionistisch getint levens- en gemeenschapsgevoel tot uiting kwam.


De vreugde van vernieuwing

Jan Wiegers wordt gezien als de spil van deze noordelijke vernieuwers. Toen hij in 1918 samen met Johan Dijkstra, Jan Altink en Jan Jordens De Ploeg oprichtte had hij tijdens een studiereis door Duitsland, Oostenrijk, Italië en Zwitserland al kennis gemaakt met het werk van de Duitse expressionisten. Hun zuivere kleuren en vrijmoedige omvorming van de natuur bracht hij in zijn landschappen en portretten in praktijk. Als hij vanwege een longaandoening in 1920 en 1921 in het Zwitserse Davos verblijft, ontmoet hij Ernst Ludwig Kirchner. In het werk van Kirchner, medeoprichter van de Duitse kunstenaarsgroep Die Brücke, vindt Wiegers aansluiting bij zijn kleur- en vormexperimenten. Hij ontwikkelt een kleurrijk expressionisme, gekenmerkt door een krachtig kleurpalet en eigenzinnige weergave van zijn onderwerp, waarbij olieverf wordt verruild voor wasverf. Als hij terug is in Nederland slaat de vonk over op de andere Ploeg-leden. In de periode tussen 1922 en 1927 komt het Groninger expressionisme dan ook tot volle wasdom, niet alleen in het weergeven van de agrarische gebieden met hun boerenbevolking, maar ook in portretten, naakten, stillevens en stadsgezichten. De Ploegschilders ontwikkelden in het betrekkelijk geïsoleerde Groningen een expressief idioom, dat in Nederland ongeëvenaard zou blijven.


En daarna…

In de jaren na 1927, wanneer de vernieuwingsdrang geleidelijk aan consolideert, vinden de Ploeg-schilders een balans tussen de heftige uitingsvormen van het expressionisme en de latere gematigde impressionistische stijl. De verworvenheden van richtingen als de Haagse School, het luminisme van Jan Sluijters en het pre-expressionisme van Van Gogh versmelten in een atmosferisch impressionisme, waarin vooral Jan Altink, Jan Wiegers en Johan Dijkstra het leven op het vlakke Groningse boerenland uitdrukking geven. Andere schilders als Wobbe Alkema, Jan Jordens en Jan van der Zee ontwikkelen binnen de vier muren van hun atelier een geometrische, constructivistische manier van werken.