Al vroeg openbaarde zich bij Amsterdammer Arnout Colnot de liefde voor de schilderkunst. Hij was grotendeels autodidact en werkte tussen 1901 en 1907 op het atelier van toneel decorateur Jan Maandag. Na werktijd trok hij er dan op uit om in de omgeving van Amsterdam en langs de Amstel te schilderen. Op zijn twintigste besloot hij van het schilderen zijn beroep te maken. Zoals vele andere schilders kwam hij, in een tijd waarin schilders zich probeerden los te maken van het naturalisme, onder invloed van het luminisme. In 1910 verhuisde hij samen met zijn vriend Dirk Filarski naar Bergen waar zich in die tijd al een groepje kunstenaars had gevestigd die later bekend zouden worden als de Bergense School. Colnot zou een van de voormannen worden van deze groep schilders en tot 1923 in Bergen blijven wonen en werken. In het Noord-Hollandse landschap vond hij wat hij nodig had. Met dikke verf in krachtige bruine, gouden en groene kleuren legde hij het landschap met poldersloten en knotwilgen op het doek vast, bij voorkeur zonder figuren. In het vroege werk van Colnot is de donkere, expressionistische toets van de Bergense School duidelijk zichtbaar en vertoont zijn werk kubistische invloeden.
Naast landschappen maakte Colnot ook portretten, interieurs en had hij, net als zijn Bergense collega’s, een voorliefde voor het stilleven. Hierover zei Dirk Klomp, schrijver van het boek ‘In en om de Bergensche School’: ‘Zijn stillevens zijn van een groote expressieve kracht, die vooral ontstaat door het weglaten van alle niet ter zake dienende toevalligheden.’ In tegenstelling tot zijn Bergense collega vrienden voelde Colnot zich niet tot het buitenland aangetrokken. In de jaren twintig maakt hij een reis naar België en reisde hij twee maal naar Frankrijk. Maar het werk dat hij daar maakte vertoonde altijd een Hollandse sfeer. Tussen 1943 en 1969 woonde Colnot weer in Amsterdam om daarna definitief weer naar Bergen te gaan. In tegenstelling tot andere Bergense Schoolschilders wijzigde hij gedurende zijn leven zijn stijl niet ingrijpend. In de jaren dertig bracht hij een tijdje lang de verf dun op, maar na de Tweede Wereldoorlog greep hij weer terug naar zijn vroegere donkere, krachtige palet.
2.220
Amsterdam native Arnout Colnot developed a love for painting early on. He was largely self-taught and worked in the studio of stage set designer Jan Maandag between 1901 and 1907. After work, he would venture out to paint in the Amsterdam area and along the Amstel River. At twenty, he decided to make painting his profession. Like many other painters, he came under the influence of Luminism at a time when painters were trying to break away from naturalism. In 1910, he moved with his friend Dirk Filarski to Bergen, where a group of artists who would later become known as the Bergen School had already established themselves. Colnot would become one of the leading figures in this group of painters and would continue to live and work in Bergen until 1923. He found what he needed in the North Holland landscape. Using thick paint in vibrant brown, gold, and green tones, he captured the landscape with its polder ditches and pollard willows on canvas, preferably without figures. In Colnot's early work, the dark, expressionist touch of the Bergen School is clearly visible, and his work displays Cubist influences.
Besides landscapes, Colnot also created portraits and interiors, and, like his Bergen colleagues, he had a predilection for still lifes. Dirk Klomp, author of the book 'In and around the Bergen School,' said of this: 'His still lifes possess great expressive power, which arises primarily from the omission of all irrelevant coincidences.' Unlike his Bergen colleagues, Colnot was not drawn to foreign countries. In the 1920s, he traveled to Belgium and twice to France. But the work he produced there always displayed a Dutch atmosphere. Between 1943 and 1969, Colnot lived in Amsterdam again, after which he returned permanently to Bergen. Unlike other Bergen School painters, he did not significantly change his style throughout his life. In the 1930s he applied the paint thinly for a while, but after the Second World War he returned to his earlier dark, powerful palette.