De Engelse kunstenaar Edgar Bundy werkt aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw, een tijd die gekenmerkt wordt door verandering, een gevoel van onrust en het einde van traditionele waarden. Kunstenaars experimenteren met nieuwe technieken en ideeën en nieuwe artistieke stromingen als symbolisme en impressionisme doen hun intrede. Bundy, autodidact op wat lessen na van de Belgische portret- en genreschilder Alfred Stevens, specialiseert zich in het historische genre, dat enorm populair is tijdens de Edwardiaanse fin de siècle periode. Hij schildert taferelen in olieverf en aquarel die hij in een geheel eigen verhalende stijl tot in de kleinste details uitwerkt. Zijn onderwerpen zijn divers en hebben vaak een humoristische ondertoon; historische kostuumschilderijen, herbergscenes, lieflijke vrouwen- en kinderportretten, familiestukken en scenes uit het landelijke leven. Het maakt Bundy tot een zeer gerespecteerde en geliefde kunstenaar. Hij exposeert vanaf 1881 tot aan het einde van zijn leven (1922) in de Royal Academy en vanaf 1907 in de Parijse Salons en zijn werk komt in veel belangrijke particuliere en openbare collecties terecht.